|
De Molukken waren in het verleden een
gewilde bestemming door de kruidnagel- en nootmuskaatbomen die lange
tijd alleen hier groeiden. Verschillende Europese machten streefden naar
een monopolie van de specerijenhandel en de Nederlanders zouden dat doel
bereiken. Het christendom zou in deze regio veel aanhang vinden.
Prekoloniaal
In de vroege zevende eeuw werd het
gebied van de Molukken al bezocht door Chinese zeelieden in verband met
de specerijen zoals kruidnagel die alleen hier groeiden. In de negende
eeuw waren Arabische handelaren erin geslaagd om de Molukken te vinden
en introduceerden zo de islam in het gebied tussen 1300 en 1400.
Daarvoor behoorden de Molukken tot in de twaalfde eeuw tot het
koninkrijk Sriwijaya. Het Majapahitrijk zou echter Sriwijaya echter
voorbijstreven en in het begin van de veertiende eeuw een belangrijk
deel van Zuidoost-Azie in handen krijgen. Op die manier konden Javaanse
handelaren de specerijenhandel op de Molukken monopoliseren.
Koloniaal
In 1512 waren het de Portugezen die als
eerste in de Molukken arriveerden. Zij arriveerden toen in Ternate wat
destijds het belangrijkste eiland in de regio was. Door een verdrag met
de sultan van Ternate te sluiten tegen het rivaliserende eiland Tidore
hoopten zij de specerijenhandel te kunnen monopoliseren. Het verdrag
hield echter niet stand en de Portugezen worden in 1575 uit Ternate
verdreven. De Portugezen vestigen zich vervolgens op Tidore maar ook
daar slagen ze er niet een een specerijenmonopolie te creeeren.
Vervolgens proberen ze hetzelfde te bereiken in Ambon, Seram en Banda
maar zonder resultaat. De Spanjaarden, Engelsen en Nederlanders zouden
spoedig volgen met hetzelfde doel voor ogen. Het zouden uiteindelijk de
Nederlanders worden die dankzij een grotere vloot, grotere wapens en
meer geweld de specerijenhandel wisten te monopoliseren. Na veel
bloedige veldslagen werd de lokale bevolking gedwongen samen te werken
met de Nederlanders. De eerste opstand tegen de Nederlanders werd in
1817 geleid door Thomas Matulessy, beter bekend als Pattimura. Hij
leidde het verzet toen de Nederlanders toen deze terugkeerden na het
Britse interregnum. Het eiland Ambon zou het centrum worden van de
Nederlandse specerijenemperium. Nadat men erin slaagd om elders buiten
de Molukken specerijen te verbouwen verliest de regio zijn belang als
centrum voor de specerijenhandel. Meer dan de helft van de bevolking van
Ambon zou zich bekeren tot het christendom en een groot deel gaan
uitmaken van het Nederlandse koloniale leger (KNIL). Tijdens de Tweede
Wereeldoorlog worden de Molukken bezet door Japan. Vanuit Japanse bases
op de Molukken werden Australische steden gebombardeerd. Als antwoord
hierop werden in de laatste fase van de oorlog de eilanden Ambon en
Halmahera gebombardeerd.
Postkoloniaal
Als Indonesie de onafhankelijkheid
bereikt verzetten een groep Ambonezen zich als de Nederlanders eruit
worden gegooid. Meer dan 2.000 van deze Ambonezen was lid geweest van
het KNIL, het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. In 1950 werd op Ambon
de Republik Maluku Selatan (RMS) uitgeroepen, de Republiek der
Zuid-Molukken. De centrale regering bezette hierop het eiland Buru en
delen van Seram, later lukte het Ambon terug te winnen waarop de
controle in de regio weer in handen van Jakarta lag. De meerderheid van
de Ambonese strijdkrachten, zo'n 12.000 man, was toen op Java
gestationeerd en werd toen naar Nederland gestuurd. In 1963 werd de
leider en mede-oprichter van de RMS mr.dr.Chr. Soumokil gevangen genomen
en later in 1966 geexecuteerd. De gevangenneming van Soumokil had de
RMS-beweging in de Molukken grotendeels lam gelegd. MedeRMS-oprichter
Ir. J. Manusama richtte daarop in Nederland de RMS-regering in
ballingschap op. De dood van Soumokil was voor veel Molukse jongeren in
Nederland de aanzet om tot radicale acties over te gaan. De harde
gijzelingsacties die volgden in de jaren zeventig waren bedoeld om een
serieus regeringsbeleid richting de RMS-kwestie te bewerkstelligen. Dit
doel werd niet behaald zodat de situatie op de Molukken politiek
onveranderd bleef. Na het aftreden van Suharto in mei 1998 was de harde
hand van de autoriteiten verdwenen. De Molukken zouden vervolgens het
strijdperk worden van gewelddadigheden tussen christenen en moslims
waarbij duizenden doden zouden vallen en nog velen meer het gebied
ontvluchten. Het conflict zou zich verspreiden vanuit Ambon naar de
Noord-Molukken. Zowel aan de christelijke als de moslimzijde vallen vele
slachtoffers, het Indonesische leger draagt daaraan bij door met scherp
op menigtes te schieten. In februari 2002 wordt er een wapenstilstand
getekend op Sulawesi tussen de christenen en de moslims. Nieuwe
gewelddadigheden in 2004 bewijzen echter dat de rust nog niet geheel is
teruggekeerd in de regio.
|